Eddy Zoëy - Ja, ik maak jongenstelevisie

Eddy ZoëyAls hij maar een beetje beter was geweest in exacte vakken had niemand in Nederland ooit van hem gehoord: Eddy Zoëy wilde namelijk bioloog worden, het veld in, vogels kijken. Het liep anders. Zoëy ging naar de kunstacademie, speelde in bandjes en belandde bij de televisie: “Ja, ik maak jongenstelevisie. BNN heeft een beetje die neiging; zodra we humorprogramma’s maken slaan we door naar die jongenskant.”

Zoëy is op de middelbare school al goed in tekenen. In zijn vrije tijd maakt hij muziek. Hij gaat naar open dagen van de kunstacademie en het conservatorium en kiest voor de kunstacademie, omdat de manier waarop ze bij het conservatorium met muziek omgaan hem niet aanspreekt: “De kunstacademie vond ik oké, een lekker open instelling. Het komt daar heel erg aan op wat je zelf doet, je eigen discipline. Een opleiding moet je niet aan het handje meenemen, niet te schools zijn. Dat motiveert niet om iets met het vakgebied te doen.”

Eddy ZoëyOp je bek gaan
Je moet doen waar je goed in bent, vindt Zoëy: “Ik hoorde op de middelbare school mensen zeggen: ik ga dit of dat doen, want dan kun je veel geld verdienen. Maar je moet daar wel vierentwintig uur per dag mee bezig zijn! Je kunt economie gaan studeren, maar als je dat eigenlijk gortdroog en saai vindt, krijg je een kutleven. Beroepskeuzetests vind ik onzin. Je weet zelf allang waar je goed in bent. Lef, daar gaat het om. Wees niet bang om op je bek te gaan, ga het doen! Heel veel mensen durven niet en kiezen dan maar voor de makkelijke weg.” Als je heel veel kunt, moet je volgens Zoëy gewoon heel veel gaan doen. “Je kunt je in deze maatschappij de pleuris freelancen, het is echt niet meer zo dat je ergens vijfentwintig jaar gaat werken en dan een gouden horloge krijgt.”

Tijdens zijn kunstacademietijd doet Zoëy er veel naast. Diep in zijn hart wil hij de muziek in. Hij zit in een band, schrijft liedjes en treedt op. “We wilden met de band iets meer dan alleen maar optreden in Tubbergen en omgeving. Dan moesten we dus naar Hilversum met onze demo’s. We waren nog nooit in Hilversum geweest! Ik weet nog dat we midden in de winter in een Fiat Panda – zonder verwarming, handschoenen aan dus – naar Hilversum reden om voor de zoveelste keer afgewezen te worden. Ze zeiden steeds: ‘Leuke liedjes, maar de band is net niet goed genoeg.’” Zoëy laat zich niet door afwijzingen uit het veld slaan: “Faalangst heb ik nooit gehad, ik vond het juist te gek om dat soort dingen te doen: gaaf, wie weet lukt het de volgende keer wel! We zaten wel op de goede weg hoor, het was geen kutbandje. Deden mee aan wedstrijden, dan werden we tweede ofzo. Grepen we net naast de reisjes naar Japan.”

Liedjesschrijver en muzikant

Jongerenprogramma
Een publishing company ziet wel wat in de liedjes van Zoëy. Samen met een andere jongen krijgt hij eind 1992 een deal bij Polygram. “Waren we ineens componisten. Daar hebben we een tijdje wat geld mee verdiend. Toen vroeg iemand bij een platenmaatschappij: ‘Hoe nemen jullie die liedjes op? Het klinkt namelijk heel erg goed.’ Wij deden dat zelf. Vroegen ze ons of wij voor hen een plaat wilden produceren.” Zoëy begint met Jay Vandenberg een studio, waar hij platen produceert voor verschillende maatschappijen. Hij verdient daar lange tijd zijn geld mee, maar het zelf spelen en schrijven blijft trekken. “Van mijn collega leerde ik hoe je wat je gemaakt hebt goed vastlegt op band. Heel waardevol, maar producer zijn betekent dat je vierentwintig uur per dag in een donker hok aan knopjes zit te draaien. Dat wilde ik helemaal niet. Ik was meer een ideeënman en een liedjesschrijver dan een producer.”

Zoëy heeft op dat moment zijn eerste Engelstalige album uit bij Sony. Er zijn al twee singles van het album gehaald en er komt een derde. “We kregen discussie, want er was geen geld voor een clip. Ik dacht: Fuck you, dan maak ik zelf wel zo’n clip, hoe moeilijk kan het zijn. Ik bond een camera aan mijn arm en filmde die clip, een onetaker waarin ik een postzegel op een brief plakte en dan vanuit mijn huis naar de brievenbus ging.” Zoëy herhaalt dat honderd keer, tot het goed gaat. Dan moet de clip van dv naar beta overgezet worden: “Daar had ik iemand voor nodig die iets van tv af wist. Ik ging naar TV Oost en kwam daar in contact met programmamaker René Eijsink. Die hielp mij en vroeg daarna: ‘Ik vind jou een zonderling type, wil je geen jongerenprogramma voor ons maken?’ Dat kwam zo maar uit de lucht vallen, ik vond het wel lachen.” Eijsink is ook degene die Zoëy de fijne kneepjes van het vak bijbrengt. “Presenteren kun je niet leren. De camera gaat aan en er moet wat gebeuren, maar René vertelde me wel waar ik op moest letten. Ik werk nu nog steeds veel met hem samen. Hij heeft een goed relativeringsvermogen, gevoel voor humor en hij kan je in rust informatie meegeven.”

Screentest
Zoëy krijgt een tweede programma bij TV Oost. Tijdens de zomerstop bij TV Oost hoort hij dat BNN aan het opstarten is. Hij stuurt ze een videoband en gaat vervolgens anderhalve maand met vakantie. Als hij terugkomt staan er zes berichten van BNN op zijn voice-mail. “De eerste begon nog rustig, zo van ‘We hebben je band gehad, kom eens langs’, en de laatste was heel gestrest: ‘Volgende week gaan we de lucht in, als je nog wat wilt moet je nú komen.’” Zoëy bezoekt bij wijze van screentest een feestje van de TROS. “Ik ging daar een beetje met bekende Nederlanders zitten klieren. Dat werd meteen uitgezonden!” Hij krijgt het erg druk met twee televisieprogramma’s bij TV Oost, de studio en nu ook nog BNN erbij. Hij stopt bij TV Oost. Met zijn collega bij de studio spreekt hij af dat die hem uitkoopt, maar dat ze af en toe nog samen zullen werken aan muziekprojecten.

Het lukt Zoëy goed om de balans te bewaren tussen muziek en televisie. “Ik hoef gelukkig niet te kiezen, ik vind televisie veel te leuk om weg te flikkeren. Muziek vind ik leuker om te doen, maar ik weet ook dat ik er nu zeker nog geen volle zalen mee trek. Mijn platen zitten in de hoek van de arbeidsintensieve muziek, alle instrumenten worden echt live ingespeeld, dus een album opnemen kost twee maanden. Maar ik hoef niet op te treden om geld te verdienen met mijn liedjes. Elke keer als een liedje gedraaid wordt krijg ik geld van de Buma, de Stemra en de Sena, rechtenorganisaties voor artiesten. Wie schrijft die blijft.” Met BNN heeft Zoëy afgesproken dat hij per jaar zes maanden programma’s voor ze maakt en dan zes maanden muziek gaat maken. “Een goede afspraak, alleen hebben ze me nu weer gevraagd voor een nieuw programma en dat is zo leuk dat ik er toch weer ja tegen gezegd heb.”

Jongenstelevisie!

Televisie is geen kunst
Bioloog worden, Eddy’s andere jongensdroom, dat zit er echt niet in. “Ik kon die vakken gewoon niet aan. Ik ben een talen- en vrije-vakkenjongen. Toch zou ik het liefst de hele dag in het veld willen liggen en de vogelstand bijhouden. Ik heb dat jarenlang voor een stichting gedaan toen ik jong was en ik zou het nu wel weer willen. Combineren met wat ik nu doe kan niet, het staat zo haaks op elkaar. En misschien zou ik er toch snel genoeg van hebben.” Het beeld dat je van een baan hebt hoeft nog niet te kloppen met de werkelijkheid. Zo moet je bijvoorbeeld niet artiest willen worden omdat je beroemd wilt zijn: “De meeste artiesten doen het omdat ze het gewoon gaaf vinden om te doen wat ze doen. Je moet niks anders willen de godganse dag dat ding doen. Je hebt ook wilskracht nodig, meer nog dan talent. Madonna is daar een schoolvoorbeeld van. Het ziet er prachtig uit, ze is in topvorm, strak, haar shows steken perfect in elkaar, maar ze zingt gewoon vals.” Voor televisie heb je naast wilskracht ook een combinatie nodig van doorzettingsvermogen en relativeringsvermogen. “Een rare combinatie, maar mensen die té graag willen, die zijn eng. Je moet het een beetje kunnen relativeren en het vooral leuk vinden om te doen.” Zoëy relativeert meteen zelf: “Televisie is geen kunst, je hoeft er niet naartoe, je zet zo’n kreng aan en er is wat op. Film is kunst, theater is kunst, muziek is kunst. Televisie is wegwerp.”

Een tijdje geleden overleed BNN’s oprichter Bart de Graaff. “Niemand is onmisbaar, maar Bart is voor BNN niet vervangbaar. Hij was de initiator, gaf de impuls. Zonder hem was BNN er niet geweest. Zo’n boegbeeld mis je natuurlijk. Sommige dingen van Bart zijn wel vervangbaar, maar Bart zelf niet.”
Bij BNN op de redactie werken een paar mensen die ergens anders nooit aan de bak zouden komen vanwege hoe ze zich gedragen. “Ik vind dat je altijd 100% jezelf moet zijn, ook bij sollicitaties. Als je je in een pakje moet hijsen voor een baan ben je jezelf niet. Dan kun je beter honderd keer afgewezen worden omdat ze jou als persoon niet willen hebben. Er is altijd wel één organisatie die jou juist wel wil hebben om wie je bent, daar moet je dus naar op zoek gaan. En trek je niets aan van wat andere mensen je adviseren. Wees streetwise, luister naar jezelf.”

Dit interview verscheen in Werk! Het Nederlandse carrièreboek, editie 2002-2003

Share/Save/Bookmark