Susana Guzner - Ik wist meteen: dit is mijn leven en ik ga niet terug
Haar boek De onberekenbare geometrie van de liefde, over de liefde tussen vertaalster María en de ongrijpbare, wispelturige Eva, werd vertaald in zeven talen en is ook in Nederland een lesbische culthit. Schrijfster Susana Guzner groeide op in Argentinië en ontvluchtte dat land toen het te gevaarlijk voor haar werd. Anja de Crom sprak met haar. Over de moord op haar zus, haar vlucht uit Argentinië, haar leven, haar werk en de liefde.
Tekst: Anja de Crom | Foto's: Annemarie van Zelst, Hilda Abbing
“Argentinië,” zegt Guzner, “is een land dat Kafka geschreven heeft. En Astor Piazzola heeft de muziek erbij gemaakt. Het is moeilijk om Argentinië te beschrijven, zelfs voor de Argentijnen zelf, of je nou in dat land bent of erbuiten. Argentinië is een proces. Een metamorfose.”
In dat land groeit de kleine Susana in de jaren veertig op. Al op haar vierde wordt ze voor het eerst verliefd, op juf Pila van de kleuterschool. “Zo klein als ik was, wist ik al dat dit niet dezelfde soort liefde was als de liefde voor mijn moeder. En intuïtief voelde ik aan dat de liefde voor andere meisjes niet iets was waarover ik vrijuit kon vertellen.”
Ik wacht in de speeltuin
Ook op de basisschool wordt Susana makkelijk verliefd. “Ik schreef briefjes aan klasgenotes, liefdesbriefjes die ik vertaalde naar vriendschap: ‘Als je mijn vriendin wilt zijn, wacht ik op je in de speeltuin’.” Ze staat nooit voor niets in die speeltuin te wachten: “Ik voegde er meestal aan toe: ‘Ik weet wat je lievelingskoekjes zijn’.” Ook op de middelbare school blijft ze populair. “Vrouwen vochten om naast mij te zitten en gaven me briefjes waarop stond: ‘Ik vind jou zo leuk, dit gaat verder dan vriendschap.’ Ik was daar vrij passief in, liet me bewonderen.”
En dan komt haar eerste echte liefde: “Ik was zestien. Ze had een vriend en zou gaan trouwen. Ze zag me binnenkomen, als een echte Doña Juana, en ze werd verliefd. Mijn eerste liefdesgedicht kreeg ik van haar. Ik las het en dacht: oh oh, dit is echt wat anders, dit is liefde, nu wordt het werkelijkheid. Hier kun je met niemand over praten. Het heeft een jaar geduurd voor we met elkaar vreeën.” Dat gebeurt allemaal stiekem: “Het was een moeilijke situatie, we vreeën op school in de toiletten, op de sportclub, waar we maar konden. Op die leeftijd ontwaken je seksuele gevoelens, we zaten samen in de klas en het verlangen vrat ons op.” Een docente heeft het door: “Op een keer vroeg mijn vriendin of ze naar de wc mocht, en een paar minuten later vroeg zij: ‘Guzner, moet jij niet ook naar de wc?’ En natuurlijk gingen er geruchten onder de klasgenoten.”
Gewapende strijd
Susana’s moeder heeft wel door dat haar dochter lesbisch is. “Zij wist hoe ik naar de wereld keek. Mensen hebben het wel eens over lesbische neigingen, of dat je een keuze zou maken. Ik vind dat geen goede omschrijving. Het gaat veel meer om je wereldbeeld. Hoe dan ook, ik wilde niet zeggen: ‘Mama, ik ben lesbisch en dit is mijn vriendin.’ Dat zou sociaal gezien een enorme schok betekend hebben.” In het hoofd van Susana’s vader kwam het simpelweg niet op dat zijn dochter lesbisch zou kunnen zijn. “Mijn vader was een hufter. Gelukkig kon hij zich, net als veel islamieten, niet voorstellen dat vrouwen seks met elkaar kunnen hebben. Anders had hij mij waarschijnlijk het huis uitgegooid, hoewel lesbische seks in geen enkele wet voorkomt en dus ook niet veroordeeld kan worden.”
Samen met haar vriendin gaat Susana psychologie studeren. Daarna kiest ze voor een studie culturele antropologie. Als ze die afgerond heeft, krijgt ze een baan op een kleuterschool en ze gaat op zichzelf wonen. Tegelijkertijd wordt ze actief in de gewapende strijd tegen het kapitalisme. Ze sluit zich aan bij een groep die in de lijn van Che Guevara opereert. Argentinië staat op dat moment onder leiding van de eerste vrouwelijke president ter wereld: Isabel Perón. Zij stond onder sterke invloed van een drugshandelaar, en de oprichter van de Triple A, (Argentijnse Anticommunistische Alliantie), José López Rega. “De guerrilla hield het land in zijn greep, de straat werd geregeerd door knokploegen en doodseskaders. In verschillende landen overal ter wereld waren groepen actief als de onze, die het kapitalisme onderuit wilden halen. Het was gevaarlijk, dus ik woonde op een geheim adres in een clandestien huis.”
Gehersenspoeld
Susana’s relatie met haar eerste echte liefde loopt na elf jaar op de klippen. “De relatie was doodgebloed. Zij was erg jaloers en ik ging ondertussen gewoon door met doña Juana spelen. Ik werd verliefd op iemand anders dan mijn vriendin. Dat gebeurde voortdurend, maar dit was anders. Met haar sliep ik ook.” Ook de nieuwe relatie kent een moeilijke start: “Dit was dubbel clandestien: zij was hetero, zou gaan trouwen, ze was actief in een andere beweging en mocht niet weten waar ik woonde, en ik had nog steeds die andere vriendin.” Haar nieuwe liefde woont nog thuis: “Ik kwam ‘s nachts door de achtertuin naar binnen en ging voor dag en dauw weer weg. Of we leenden een auto en gingen naar het bos om te vrijen.” Ook Susana’s ouders weten niet waar hun dochter woont. “Mijn moeder heeft wel aangevoeld dat ik actief was in die beweging. Officieel was ik gewoon kleuterleidster, maar zij wist dat er meer speelde.” Ze zou een boek over die tijd kunnen schrijven: “Wij waren Latijns-Amerika aan het bevrijden van de kapitalistische onderdrukkers, naar het voorbeeld van Che Guevara en met heel veel kracht. Daar ging magie van uit. In de vijf jaar dat ik actief was, heb ik nooit angst gevoeld. Ik ben geen enkele keer ziek geweest. Het was een heel vitale tijd. Het voelde goed.” Gelukkig hoeft Susana zelf nooit te doden: “Dat heb ik weten te vermijden. Ik ben wel regelmatig beschoten met mitrailleurs. Isabel Perón had doodseskaders, die werden gevormd door politie, militairen en huurlingen van overal ter wereld. Ze gingen in auto’s de straat op om alles wat er ‘rood’ uitzag te vermoorden.” Omdat het werk van de groep gevaarlijk is, blijven er regelmatig mannen bij Susana overnachten. “Uit veiligheidsoverwegingen. Ik stond onder revolutionaire bewaking. Dat was een soort subtiele manier om mij opnieuw op te voeden. Ze vertelden me dat lesbisch zijn iets burgerlijks was, dat je moest vernietigen. Een heel stalinistische visie. Ik werd gehersenspoeld en ging met mannen naar bed. Ik was al meer dan twintig jaar lesbisch, maar ik geloofde ze en deed wat ze wilden. Pas toen ik het land uit moest vluchten en mijn wapens inleverde, zei een kameraad dat ik gehersenspoeld was. En pas op dat moment begreep ik wat ze met me hadden gedaan.”
Zus vermoord
Susana’s zus, Ana, is lid van een socialistische arbeiderspartij met trotskistische uitgangspunten. “Haar partij was volkomen legaal. Ze was fel tegen de gewapende strijd waar ik me mee bezig hield.” Omdat haar partij legaal is, staat Ana’s naam geregistreerd. Dat maakt haar tot een makkelijke prooi voor de doodseskaders en op een dag wordt ze opgepakt, verkracht, gemarteld en uiteindelijk vermoord. “Ze had een levensverzekering afgesloten, als zij zou overlijden zou ik alles krijgen. Ik werd bedreigd door de Triple A en moest vluchten. Aan mijn moeder had ik inmiddels verteld wat ik deed. Zij zei: ‘Je moet het verzekeringsgeld van Ana innen, dan kun je overleven’.” In eerste instantie wil Susana dat niet, maar ze heeft geen geld en kan geen kant op. Ze verzamelt alle benodigde papieren en gaat naar de verzekeringsmaatschappij. “Ik liet ze het bewijs zien dat Ana door kogels om het leven gekomen was. De maatschappij betaalde niet uit, omdat er één papier ontbrak: een document waarin stond dat ik het niet gedaan had. Alsof ik mijn eigen zus zou doodschieten!” Susana’s vader is al jaren aan het dementeren en haar moeder verkoopt de auto en haar sieraden om Susana aan geld te helpen. “Met de opbrengst kon ik een ticket kopen op een boot die zijn laatste reis ging maken om vervolgens op de schroothoop te belanden.”
Een nieuw leven in Spanje
Susana verbrandt alles wat ze geschreven heeft en laat de as demonstratief liggen. Dan vertrekt ze. Met gemengde gevoelens: “Ik liet mijn zieke vader achter, en mijn moeder, die ik altijd een heel bijzonder mens gevonden heb. Maar ik dacht: ik ga naar de wortels van mijn familie. Zoals vrijwel alle Argentijnen van mijn generatie heb ik geen Argentijnse grootouders, mijn familie komt oorspronkelijk uit Hongarije, Spanje en Italië.” De reis is zwaar, om niet te zeggen mensonterend: “Het was een oude boot en het drinkwater aan boord was verontreinigd. Vijfhonderd mensen kregen darminfecties van het water, ik ook. Vier mensen stierven. De hele reis, die achttien dagen duurde, heb ik op appels geleefd. Ik had vijfentwintig boeken meegenomen en ik heb ze allemaal uitgelezen.” In Spanje neemt Susana de trein naar Madrid, waar ze wordt opgevangen door een stel met twee kinderen, solidair met de gewapende strijd. “Binnen drie dagen verklaarde de vrouw mij haar liefde. Zij hadden een vrij huwelijk en we kregen een relatie.” Susana bezit honderd dollar en ze begint vanaf nul in Spanje. “Ik was als het ware opnieuw geboren. Ik had de dood in de ogen gekeken, hem kunnen bespotten en was tegelijkertijd belast met de dood van mijn zus.” Het Madrileense echtpaar helpt haar zo veel ze kunnen: “Zij werkte bij een reclamebureau en bezorgde me allerlei baantjes, vaak typwerk. Uiteindelijk kreeg ik een baan als secretaresse.” Het bestaan in Madrid is van het begin af aan prettig: “Veel gevluchte Argentijnen hadden nog het idee dat ze Argentinië tijdelijk hadden verlaten. Ik wist meteen: dit is mijn leven en ik ga niet meer terug.”
Schrijven is een gebaar van de ziel
Het blijft niet bij secretaressebanen. In de jaren die volgen, geeft Susana les op een basisschool en is ze docent psychologie en geschiedenis van de pedagogiek. Ze werkt als psycholoog en journalist, schrijft scenario’s voor theater en televisie en kritieken voor een groot aantal publiekstijdschriften en vakbladen. Tegenwoordig schrijft ze voor een aantal media en websites. Schrijven doet ze trouwens al vanaf haar vierde: “Toen schreef ik een gedicht.” Ze lacht: “Een leugen, want het was gewijd aan een kat die ik niet had. Ik hoorde iemand gedichten voordragen en wist dat ik dat ook wilde. Vanaf dat moment schreef ik.” Laden vol met schrijfsels heeft ze. Ze ziet het als een eerste levensbehoefte: “Schrijven is als honger hebben en eten, het is een gebaar van de ziel, niet een beroep of werk. Ik las heel veel en deed dat systematisch: een tijd lang alleen Duitse schrijvers, dan Russische, dan Italiaanse… Ik had veel bewondering voor schrijvers en het kwam niet in me op dat mijn eigen verhalen ook gepubliceerd zouden kunnen worden. Ik bewonderde Colette, Violette Leduc en de Argentijnse schrijver Mario de Nevi.” In Spanje gaat ze gewoon verder met schrijven. Weer vult ze laden met onafgemaakte manuscripten en boeken die nooit gepubliceerd worden. Dat De onberekenbare geometrie van de liefde uitgegeven wordt, is toeval: “Ik had nooit verwacht dat ik op 57-jarige leeftijd nog een boek zou publiceren. Ik liet aan vrienden zien wat ik geschreven had. Rosa Montero, een bekende Spaanse schrijfster, kreeg het onder ogen en zei: ‘Jij moet dit uitgeven.’ Ik? Schrijfster worden?” Op dat moment heeft ze de globale opzet en één hoofdstuk van het boek af. Ze ontmoet een nieuwe liefde, voor wie ze naar Las Palmas op Gran Canaria verhuist. Daar gaat ze door met schrijven. “Ik liet het aan een vriendin lezen. Zij was muzikantenmanager en ze wilde mijn literair agent wel zijn. Zij wilde me helpen om het boek onder te brengen en liet het lezen aan de schrijfster Cristina Peri Rossi, uit Uruguay.”
Rolmodel
En dan gaat het snel. Plaza & Janés, een grote uitgever, heeft belangstelling. “Ze waren onderdeel van Bertelsmann (waar bol.com onder valt, red.). Een heel grote uitgeverij kocht mijn boek! Ik kon het niet geloven, ik barstte bijna van geluk. Ik zou een eigen boek hebben, net als alle schrijvers die ik bewonderde. Het was een cadeau.” De kater komt later. “Achteraf snap ik niet wat ze met dit boek wilden. Ze hebben er totaal geen promotie voor gemaakt. Maar via internet liep het heel hard, in drie maanden tijd was de helft van de oplage verkocht. Toen volgde een pocketeditie.” De onberekenbare geometrie van de liefde voorziet blijkbaar in een behoefte: “In 2001, toen het uitkwam, was het een heel belangrijk boek voor Spanje en Latijns-Amerika, omdat het als voorbeeld diende. Dat was niet mijn bedoeling, het ging gewoon zo. Er zitten verschillende karakters in het boek, die elk een ander aspect van het lesbisch zijn weerspiegelen, er zitten feministische en politieke elementen in.” Ondanks de populariteit van De onberekenbare geometrie van de liefde doet Plaza & Janés nog steeds niets aan de publiciteit. Susana besluit met de uitgeverij te breken: “Inmiddels heb ik zelf de beschikking over de auteursrechten. Ik zorgde ervoor dat het boek in vijf talen vertaald werd. Mijn literaire agent trok zich terug en ik ging zelf actief mensen benaderen. Dat werkte: binnen de kortste keren gingen ze op zoek naar míj! Mijn boek heeft een soort brugfunctie, ook voor jonge Spaanse en Latijns-Amerikaanse schrijfsters. Jonge lesbiennes van overal ter wereld noemen mij als rolmodel, naast sportheldinnen, musici, actrices en andere schrijfsters. Ik word zelfs geciteerd. Een jonge Braziliaanse schrijfster heeft me verteld dat ze door dit boek open durfde te zijn en zelf op zoek kon gaan naar een uitgever. Dat ontroert me.” Zou ze het boek opnieuw moeten schrijven, dan zou ze er niets aan veranderen: “Het heeft een goed literair niveau en een interessante plot. Het gaat over de liefde tussen vrouwen en het is een boek dat je niet makkelijk vergeet. Tenminste, dat zeggen mensen altijd tegen mij. Veel mensen kunnen er geen genoeg van krijgen. Dan vragen ze om een vervolg: ‘Wat moet ik zonder María en Eva?’”

Dit interview verscheen in Zij aan Zij nr 4-2006 en staat ook op www.lesbischlezen.nl
